Hilversum

Hilversum wil een zo hoog mogelijke cultuurparticipatiegraad bereiken, met het accent op kunstbeoefening in verenigingsverband door:
- Passende huisvesting voor amateurorganisaties
- Vitale amateurorganisaties door samenwerking en uitwisseling in een actief netwerk
- Hilversums cultuurparticipatiefonds toevoegen aan het minimabeleid om actieve cultuurparticipatie te vergroten
- Het vergroten van contacten in buurten tussen inwoners door kunstzinnige initiatieven, waarmee verbindingen worden gelegd en de drempel om zelf actief te worden lager wordt.

Gemeente Hilversum is super actief in het promoten van samenwerking in de amateurkunstbeoefening, met als speerpunt de opening van de iktoon-maand. Er komt veel verbinding en energie uit het meedoen aan iktoon.

Verenigingen zijn heel belangrijk voor een bloeiend cultureel leven in de stad. We noemden ze keer op keer; ‘cement’ van de stad.

Iktoon
Hilversum doet voor het tweede jaar mee aan iktoon. Er is dit jaar een opening in Raadhuis Hilversum op 2 juni 2018. Het is een dag vol kunst, muziek, dans, foto, toneel en meer. Verder is er op 10 juni een manifestatie in het centrum. Als afsluiting van iktoon is er op 30 juni een samenwerking met omliggende gemeenten waarbij amateurkunstenaars mogen optreden op het grote podium van Theater Gooiland. Kracht is het organiseren van gelegenheden om te spelen en motiverende organisatoren!       

Aandacht voor verenigingen
De gemeente Hilversum is heel benaderbaar rondom aanvragen subsidie en geven indien nodig ondersteuning. Er zijn in de afgelopen periode 3 bijeenkomsten belegd rondom amateurverenigingen en uitleg nieuwe subsidiestelsel. We hebben de verenigingen gevraagd wat ze in die nieuwe systematiek nodig hadden en ze daarin stap voor stap meegenomen. Ook is er een (demissionair) PFH die veel over heeft gehad voor de amateurkunsten én niet te vergeten: dit met enthousiasme, verve uitdroeg! Die tijdens álle bijeenkomsten wist over te brengen hoe belangrijk de verenigingen zijn voor een bloeiend cultureel leven in de stad (we noemden ze keer op keer; ‘cement’ van de stad) en daarmee iedere vereniging het gevoel gaf dát ze vreselijk belangrijk zijn.